![]() |
||||||||||
|
|
||||||||||
![]() |
||||||||||
|
Land en geschiedenis
Indonesië is een groot land. Het is meer dan vijftig keer zo groot als Nederland. Het bestaat uit bijna 14.000 eilanden, de meeste heel klein, maar sommige heel groot. Sumatra, waar de provincie Atjeh ligt, is een enorm groot eiland, dertien keer zo groot als Nederland. Er wonen in Indonesië meer dan tweehonderd miljoen mensen. Indonesië is eeuwenlang een kolonie van Nederland geweest. Nederlandse schepen voeren naar Indië, want zo heette het land toen. De Nederlanders kochten heel goedkoop suiker, koffie en specerijen: peper en nootmuskaat bijvoorbeeld. Ze verdienden veel geld door het in Nederland weer duur door te verkopen. Nederlandse ambtenaren hadden in Indië alle macht in handen, en de bevolking werd in veel gevallen uitgebuit. Hier kwam steeds meer verzet tegen. Op 17 augustus 1945 kondigden twee jonge mannen, Soekarno en Hatta, aan dat Indonesië vanaf dat moment een zelfstandige republiek was. Nederland probeerde het gezag terug te krijgen, maar dat lukte niet. Heel de wereld stond aan de kant van Indonesië, en Nederland moest het gezag overdragen. Natuur en cultuur
Indonesië heeft een tropisch klimaat. Het is altijd vochtig-warm, en het regent er veel in de zogenaamde natte tijd. Een groot deel van Indonesië is bedekt met tropisch regenwoud. Er wordt heel veel illegaal hout gekapt. De regering heeft dat verboden, maar het gebeurt nog steeds. De kloof tussen rijk en arm is enorm groot in Indonesië. Veel mensen leven in armoede. Met een baan als kroepoekinpakker verdien je tien euro per maand, met een baan als vuilnisman dertig euro, met een baan als chauffeur ongeveer honderd euro. Als je werkloos bent, krijg je geen uitkering. Veel mensen en kinderen moeten bedelen. Gehandicapten en bejaarden bedelen ook vaak. Soms worden gehandicapten ’s morgens op een bepaalde plaats neergezet en ’s avonds worden ze dan weer opgehaald. Het geld dat ze verdiend hebben met bedelen wordt van ze afgepakt, in ruil voor een slaapplaats en wat eten. Miljoenen mensen trekken elk jaar weg uit het platteland, in de hoop in de grote steden werk te vinden en geld te kunnen verdienen. Iets dat vaak tegenvalt, omdat de steden al enorm overbevolkt zijn. De meeste arme mensen hebben geen ziektekostenverzekering, en gaan daardoor niet of te laat naar de dokter. Er sterven nog steeds kinderen aan diarree, aan tbc en aan malaria. In Indonesië wordt veel rijst verbouwd, een zwaar, arbeidsintensief werk. Ook zijn er thee-, koffie, bananen-, rubber- en palmplantages. Rijst is voor Indonesiërs het hoofdvoedsel. Ze eten het ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Zonder rijst is de maaltijd niet compleet. Indonesiërs zijn vriendelijke mensen, die veel van kinderen houden. Ze kunnen moeilijk nee zeggen tegen een kind. Indonesiërs helpen elkaar, ook als ze niet rijk zijn. Als je geen eten hebt, of je hebt geld nodig, ga je naar je familie of je buren toe. Die zullen je helpen, en die hopen dat jij later hén weer helpt. Indonesiërs houden niet van nee zeggen, want ze willen je niet beledigen of beschaamd maken. Het ergste wat een Indonesiër kan overkomen, is gezichtsverlies. Daarom is het wel eens moeilijk om te weten wat iemand echt bedoelt. Een groot probleem in Indonesië is de corruptie. Als je iets gedaan wilt krijgen (je wilt bijvoorbeeld je kind op een goede school krijgen, of je wilt je rijbewijs verlengen), moet je de ambtenaren vaak geld toestoppen. Dat is natuurlijk verboden, en de regering probeert hier zoveel mogelijk tegenop te treden. Maar het is moeilijk uit te roeien. Godsdienst
Het grootste deel van de Indonesische bevolking (ongeveer 88 procent) is moslim. Christenen, hindoeïsten en boeddisten zijn in de minderheid. De islam doortrekt het leven van de Indonesiërs. Vijf keer per dag klinkt een oproep tot gebed vanaf de moskee. Op vrijdag zie je mannen en jongens, gekleed in een sarong, naar de moskee gaan om te gaan bidden. Tijdens de ramadan, de vastenmaand, verloopt het dagelijks leven traag, en aan het eind van de vastenmaand ligt het leven dagenlang stil: er wordt uitbundig feest gevierd. Moslims zijn ervan overtuigd dat God (of in het Indonesisch: Allah) hun leven leidt, en dat de tsunami een straf of waarschuwing is die door hem gestuurd is. Onderwijs
De scholen in Indonesië zijn heel anders dan die in Nederland. Het lijkt een beetje op hoe het er bij ons vroeger aan toeging. De meester of juf praat, de kinderen moeten luisteren. En als je niet luistert, kun je een flinke tik krijgen. Of de juf of meester zet je flink voor gek. Alle kinderen dragen een uniform. Op vrijdag hebben de meisjes vaak ook een hoofddoek om; want om twaalf uur gaan alle kinderen naar de moskee om te bidden. Kinderen nemen geen brood mee naar school, maar kopen meestal iets bij een van de vele eetstalletjes. Voor 10 cent kun je al lekker eten. Voor veel ouders is het schoolgeld moeilijk op te brengen. Daardoor blijven vooral de middelbare school en het beroepsonderwijs of de universiteit voor veel jongeren onbereikbaar. Dat betekent dat kinderen van arme ouders minder kans hebben op een goede toekomst dan kinderen van rijke ouders.
|
De nationale vlag van Indonesie.
|
||||||||
| Copyright © WWKidz - Ontwerp Niels Woudstra - Productie oosterhoff.nu | ||||||||||
![]() |
||||||||||