![]() |
||||||||||
|
|
||||||||||
![]() |
||||||||||
|
De stemmen van kinderen.
Ik heb een reis gemaakt naar Liberia, eind november 2005. Het was voor het eerst sinds 5 jaar dat ik weer terug was in Afrika. Maar nog nooit eerder was ik in west Afrika geweest. Het was allemaal heel anders dan wat ik in oost Afrika geproefd had. Ik ging er naar toe,een beetje angstig voor wat ik allemaal tegen zou komen, maar gedreven door de hoop en moed die ik zo graag zou halen uit de verhalen van de ex-kindsoldaten. Over deze kinderen ging ik immers een boek schrijven. Een niet te dik boek voor Nederlandse tieners. Uitgeverij Jongbloed had mij de opdracht gegeven, als onderdeel van hun nieuwe serie Wereldkidz: verhalen voor tieners over kinderen in ontwikkelingslanden. Toen ik voor het project gevraagd werd, kon ik me moeilijk voorstellen dat het mogelijk zou zijn een toegankelijk en spannend verhaal over het onderwerp te schrijven. In de wetenschap dat hun stem gehoord moest worden en in de hoop dat ik daaraan een bijdrage kon leveren, besloot ik mijzelf ervoor in te zetten. ZOA Vluchtelingenzorg heeft de reis bekostigd en heeft een compleet programma van bezoeken en interviews kris kras door heel Liberia geregeld. Aangekomen in Monrovia kwam de geur van droog gras, rook en kerosine me tegemoet. De rijke vochtige lucht deed me goed na de lange vlucht. West Afrika is zo anders dan oost Afrika; de luchtvochtigheid, de mensen, de taal, regenwoud in plaats van savanne. Het vliegveld stond vol met witte VN helikopters. Ruim 15.000 soldaten uit meer dan 100 landen, die ervoor moet zorgen dat er vrede blijft. De dag voor mijn aankomst hielden ex-kindsoldaten, aanhangers van voormalig profvoetballer en nu president George Weah, een protestmars in de stad. Iedereen lijkt vol van het nieuws, over de eerste vrouw ooit die gekozen is tot staatshoofd in Afrika, de eerste vrije verkiezingen in Liberia, de beschuldigingen over fraude bij die verkiezingen. De helikopters van de VN vliegen laag over onze hoofden heen. De onrust beperkt zich niet tot Monrovia; rebellen verzamelen zich in het oosten bij de grens van Ivoorkust en nieuws over de slechte staat van gezondheid van de president van de noordelijke buurland Guinea, wakkert de angst voor een grensconflict aan. De 10 volgende dagen spreek ik met veel ex-kindsoldaten, of ex-combatants zoals ze daar genoemd worden en met mensen die zich voor hun rechten inzetten. Tijdens mijn eerste dag neemt Lucky, de tuinman van het huis waar ik logeer, me mee naar zijn dorp om zijn excom vrienden te ontmoeten. Ik moet wel een paar keer slikken. Ik ben juist hiervoor gekomen en ik heb maar 10 dagen, maar om gelijk de eerste dag al gesprekken te voeren met deze zo beschadigde kinderen, om een stukje medeleven te tonen aan kinderen uit een oorlog waarvan ik zo weinig weet heb, is beangstigend. Wat moet ik ze eigenlijk vragen, hoe moet ik reageren, wat moet ik in me opnemen, wanneer moet ik stoppen? Ik wandel door de bush. Het mooie groen is bezaaid van plastic en ander afval. Ik ga ergens op een stronk hout zitten en luister een paar uur lang naar de verhalen van deze jongemannen, nu zo rond de 20 jaar oud. Ik ben diep getroffen door de kilheid in hun ogen en de hartstocht van hun woorden. Ik val ’s avonds in slaap terwijl de bewaker buiten mijn raam heen en weer paradeert. Ik hoor de zware stemmen van de excoms door mijn hoofd jagen, alsof de kamer vol is van hun woorden en gevoelens. Woorden van pijn en angst, van ontsnappen. Geluiden van de AK-47, voor het eerst in hun handen toen ze misschien net 10 jaar oud waren. Woorden van verdriet, van verlies van ouders, vermiste zusjes. Woorden van dood en verderfenis, van drugs, dorst en ergens op de achtergrond een paar woordjes van hoop, van toekomst en van liefde. Tijdens mijn verblijf bezoek ik verschillende delen van Liberia. Soms kan ik gebruik maken van één van de vliegtuigen van de VN. Ik spreek met sociaalwerkers, trauma specialisten, schoolhoofden, VN soldaten en met vele excoms. Ik heb al in een vroeg stadium besloten de ex-kindsoldaten niet te vragen naar de gruwelijke verhalen die ze ongetwijfeld te vertellen hebben. Ze moeten het verleden achter zich laten. Daarom vraag ik hun begeleiders enkele verhalen met mij te delen. Ik hoor over jongens en meisjes die soms maar net 6 of 7 jaar oud ontvoerd worden, over verkrachting, drugs, over hoe ze gedwongen werden om te moorden. Er wordt mij verteld over extreme gevallen van jongens die niets anders kunnen en misschien ook niet anders willen dan moorden en zich als huursoldaat voor een paar honderd dollar per maand ergens laten misbruiken. Gelukkig hoor ik ook over hoe veel van de excoms ervan droomden om ooit naar school te kunnen gaan en nu in deze tijd van relatieve rust vastbesloten zijn om te leren lezen en schrijven. Zeventig procent van de lokale jeugd is immer nog analfabeet. Mij wordt bijgebracht hoe je in Liberia elkaar de handen schudt. Ik transpireer meer dan ooit tevoren. Ik begin te wennen aan het voor mij zo vreemde gebruik van de Engelse taal. Het is alsof ik op de filmset van ‘Gone with the Wind’ rondloop. Een combinatie van het Amerikaans van het diepe zuiden en ghettotalk, overgoten met een Afrikaanse saus. Ik bezoek scholen die met de hulp van ZOA in de verschillende gemeenschappen zijn opgezet. Ik zie mannen van 22 naast jonge kinderen zitten in dezelfde klas, omdat ze zo graag willen leren, omdat ze zoveel in te halen hebben. Ik bespeur hoop en wilskracht. ‘Ik wil weer een goed mens worden’, ‘Ik wil mijn eigen bedrijf oprichten’.
Meestal gaan mijn gesprekken met de jongens de kant van voetbal op. Over AC Milan en Real Madrid, over midddenvelders. Als ik hen vraag naar hun dromen voor de toekomst gaat het vaak over voetbal, presidenten, wetenschappers en artsen. Als een land gebouwd kan worden op de dromen van haar jeugd, heeft Liberia goede vooruitzichten. Ik bid voor vrede in Liberia. Ook in de nieuwe regering van Liberia hebben vroegere rebellen, vijanden en oorlogsmisdadigers zitting. Wat voor pad naar vooruitgang zullen zij weten te vinden? Hoe zullen zij vorm gaan geven aan een nieuw Liberia? Kunnen zij de weelde dragen van de rijkdom aan diamanten en aan goud, zonder terug te vallen in de verlammende greep van corruptie en strijd? Alleen als er geluisterd wordt naar dezelfde stemmen van de kinderen die ik heb mogen horen: de schreeuw om te mogen leren, om te mogen leven en te kunnen lachen. Het zijn de geluiden die mij bij zullen blijven als ik mijn roman ga schrijven, wanneer ik poog de realiteit van Afrika te verwoorden in een verhaal dat jonge mensen in Nederland aanspreekt. We zijn ten slotte allemaal eender. Alle leven is van gelijke waarde. Alle kinderen zijn onze kinderen. We zijn allemaal wel eens bang, we dromen allemaal en we zullen allemaal onze vijanden moeten vergeven, en ook onszelf. Veel dank aan ZOA voor alles wat gedaan is om deze trip mogelijk te maken.
|
|
||||||||
| Copyright © WWKidz - Ontwerp Niels Woudstra - Productie oosterhoff.nu | ||||||||||
![]() |
||||||||||